In de zomer van 1977 las ik een boek over Lhasa's, Shih Tzu's en Pekingezen. Ik was direct gecharmeerd van de Lhasa. Vervolgens ging ik naar de Winner in Amsterdam, maar daar waren maar twee Lhasa's te zien. Wel ontmoette ik daar Teri Young, een Engelse fokker, die heel belangrijk voor mij zou worden. Op de Crufts van 1978 zag ik 80 Lhasa's. Ik besloot in Engeland te blijven en ging met Teri samenwonen. Ik probeerde als kapper in mijn levensonderhoud te voorzien. Teri had onder andere Tibetaanse Terriërs.
De Lhasa had voor altijd mijn hart gestolen en ik kwam in contact met Lhasa pioniers als Jean Blyth van de Saxonsprings kennel. Ik reisde door heel Engeland en ontmoette topfokkers waar ik nog altijd contact mee heb. De entree van Orlane's Intrepid heb ik van nabij mogen meemaken. Hij bracht de glamour en de goudkleur in het ras. Voor zijn verschijning zag je meer grijs.
Zo had ik ook de unieke gelegenheid om eigenaar van de Engelse topreu aller tijden te worden, Cruftswinnaar Saxonsprings Hackensack. Ik had hem in handen toen hij 12 weken oud was en hoefde alleen maar 'ja' te zeggen, maar ik koos zijn broertje, dat later een gebitsfout kreeg. Ik bracht in Engeland Saxonsprings Bright Rod naar zijn kampioenschap.
Na 5 jaar kon ik niet meer van mijn kapperssalaris leven en ik ging terug naar Nederland. Lange tijd had ik last van heimwee, hetgeen resulteerde in torenhoge telefoonrekeningen. Mijn honden had ik tijdelijk bij andere mensen geplaatst, omdat het niet de bedoeling was dat ik in Nederland zou blijven. Dit gebeurde echter wel, en zo zat ik ineens zonder honden. Later importeerde ik honden vanuit Engeland om hier in Nederland mee door te gaan.
Bij het fokken van Lhasa Apso's draait alles om raspunten. Ik ben een groot voorstander van lijnteelt, ik zoek naar de balans in een hond en natuurlijk naar een type dat me aanspreekt. In Engeland ben ik begonnen met een outcross, en daarna ben ik in Nederland doorgegaan met lijnteelt, gebaseerd op de lijnen die ik in Engeland had. Echter, ik ben beslist niet lijnblind.
Mijn pups plaats ik het liefst bij mensen als huishond. Verkopen als showhond houdt risico's in, want je kunt in dat opzicht nooit garanties geven. Bovendien vraagt het onderhouden van een showvacht nogal wat van de eigenaar. Zelf ga ik gewoon wandelen met mijn honden, en als de vacht erg lang is dan bind ik die gewoon op. Ik wandel minimaal 3 kwartier per dag met ze om de bespiering op peil te houden, want ook dat vind ik erg belangrijk.
Door de opkomst van de 'glamourhonden' is er een geheel nieuwe groep liefhebbers verschenen. Teveel raspunten dreigen op de achtergrond te raken. Zo neigt het ras naar een hond die een mooi plaatje maakt in stand, maar die 'uit elkaar valt' als hij gaat lopen. We zouden terug moeten gaan naar een bredere kennis van zaken, want de interesse vervlakt en bijzaken krijgen vaak de overhand. Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit! De socialisatie is heel belangrijk, misschien bij de Lhasa nog wel belangrijker dan bij andere rassen. Een weinig gesocialiseerde Lhasa wordt teveel in zichzelf gekeerd.